Geschiedenis van de Kozakken

De Kozakken stammen af van gevluchte Russische boeren en steppebewoners, die in de vroege middeleeuwen naar het zuidoosten van het rijk trokken om daar in vrijheid te leven. Het waren vaak lijfeigenen, verarmde adel, horigen en andere verschoppelingen. De naam ‘kozak’ stamt van het Turkse woord ‘quzzaq’, dat avonturier of ‘vrij man’ betekent. De Kozakken in het stroomgebied van rivier de Don vormden de grootste groep.

De Kozak als vrije en onafhankelijke groep mensen.

Dat is opmerkelijk in een land waarin lijfeigenschap de gewoonste zaak van de wereld was. Deze onafhankelijke gemeenschap van Russische mannen en vrouwen leefde buiten de controle van Russische vorsten, met name langs de oevers van de rivier Don en zijn zijtakken. Door jacht, visserij en aan alles wat het bos aan eetbaars opleverde, wisten zij zich in leven te houden. Van eigen landbouw was toen geen sprake. Het was in alle opzichten een wild leven, waarin van het stichten van gezinnen en een normaal sociaal leven nauwelijks sprake was. Kleding en wapens werden verworven door overvallen op aan de Zee van Azov gelegen dorpen van Krim-tataren en Turken of door overvallen op handelskaravanen die optrokken langs de Don en Wolga. Met lichte zeilboten bevoeren zij de Kaspische Zee, de Zee van Azov en de Zwarte Zee tot aan Constantinopel (tegenwoordig Istanboel).

In de loop van de tijd ontwikkelde zich de patriarchale samenleving en werd het dagelijks leven van de Kozakken eenvoudig en traditioneel. De tradities die de Kozakken ontwikkelden, zoals gehoorzaamheid aan de wet, discipline, werklust, dapperheid, eerbied voor de ouderen en een sterke familieband, werden in de loop der eeuwen bewaard en versterkt. 

Ten strijde

In vredestijd hielden de Kozakken zich bezig met landbouw, jagen, vissen en militaire oefeningen, vooral schieten, en vergroten van hun wapenkennis. Als de Kozakken ten strijde trokken, deden zij dat altijd te paard.

Vandaar dat er nog steeds spreekwoorden bestaan in de Russische taal, zoals deze:

  • Een Kozak lijdt honger, maar zijn paard is verzadigd;
  • Voor een Kozak is zijn paard meer waard dan hij zelf;
  • Een Kozak zonder paard is als een soldaat zonder geweer.

Een Kozak kon zich tijdens zijn tochten op de sterren oriënteren, kon zich uitstekend camoufleren en was een voortreffelijk spoorzoeker. In zijn zadeltas zaten als gevechtsrantsoen kaakjes, spek, gierst, gedroogd vlees en vis. Kleine rivieren doorwaadde hij, maar voor de oversteek van een grote rivier maakte hij eerst een klein houtvlot waarop het zadel, de voorraden en de wapens werden bevestigd. Dat vlot maakte hij vast aan de staart van het paard, waarna ze zwemmend overstaken en de Kozak zich aan de manen van zijn paard vasthield. Het leven van de mannen bestond uit werken en militaire dienst. Ze moesten er ook voor zorgen, dat hun zonen voor diezelfde zware taak werden opgevoed, namelijk de verdediging van de grenzen van het vaderland. Elke nieuwe generatie Kozakken erfde dat plichtsbesef van hun vaders, een onvoorwaardelijke dienst aan het vaderland. Hun gemeenschap was gegrondvest op idealen als saamhorigheid, broederschap en onderlinge hulpvaardigheid – een Kozak mocht zelf sterven, maar hij moest zijn kameraad redden. Zowel de officieren als de gewone manschappen vervulden deze dienstplicht uit innerlijke overtuiging. Ze vreesden minder de straf van de commandant voor een nalatigheid, maar meer de hoon van de Kozakken en de andere bewoners van de stanitsa’s, de Kozakkennederzettingen.

Vrouwen en kinderen

De algemene dienstplicht gold voor alle mannen in de leeftijd van 20 tot 45 jaar. Hierdoor kwamen de huishoudelijke taken vrijwel volledig op de schouders van de Kozakkenvrouwen te liggen. De bekende historicus F. Sjtsjerbina beschrijft de ‘kazatsjka’ van toen als ideale mensen, die nooit bij de pakken neer gingen zitten hoe zwaar het dagelijks leven van de Kozakken ook was.  De Kozakkenvrouwen deden in paardrijden en dapperheid niet onder voor hun mannen en broers. Ze konden goed overweg met het geweer en de sabel. Niet zelden verdedigden zij hun leven en bezittingen samen met hun mannen. De kinderen leerden vanaf hun tiende jaar paardrijden en vanaf hun veertiende met wapens om te gaan. te paard bewaakten zij het vee en de paarden. Als dat nodig was, hielpen zij de volwassenen met de verdediging van vestingen en dorpen. Bij de verdediging van de vesting Mozdok, gesticht in 1763 als voorpost bij de grens van de noordelijke Kaukasus, toonde de gehele Kozakkenbevolking in juni 1774 een tomeloze dapperheid, zoals door de historicus Potto is beschreven. Het was tijdens de eerste Russisch-Turkse oorlog (1768–1774) en Mozdok was omsingeld door een leger van achtduizend tataren, Kabardijnen en Turken.

De Kozakken uit Mozdok waren op veldtocht en in de stad waren alleen ouderen, vrouwen, kinderen en enkele bestuurders achtergebleven. Het vijandelijke leger rekende erop dat het deze weerloze inwoners onder de voet zou lopen. Ook al omdat de stad niet over een verdedigingswal beschikte. Het Turkse leger kreeg - echter - te maken met de enorme weerstand van een volstrekt uniek leger met een wonderlijk allegaartje aan wapens. De Kozakkenvrouwen bleven kalm in de strijd en lieten zich niet afschrikken door het fluiten van kogels, de salvo’s of het wilde geschreeuw van de aanvallers. Van soortgelijke voorvallen zijn er in de geschiedenis van de Kozakken velen.

Moedertje Rusland

De bloedverwantschap met het Russische volk werd echter nooit uit het oog verloren. Zo kwamen eenheden van de Kozakken de Russische troepen te hulp toen tsaar Iwan de Verschrikkelijke de stad Kazan veroverde. Ook leverden ze slag aan de Oostzeekust om het vorstendom van Moskou de hegemonie te bezorgen over andere vorstendommen. Zij waren het die moedig en fanatiek de Zweedse invasielegers bestreden en van Russisch grondgebied verdreven. ook de bevrijding van het tatarenjuk en de verdrijving van de legers van Napoleon zijn voor een groot deel aan de Kozakken toe te schrijven. Geen van de door het keizerrijk Rusland gevoerde oorlogen in de 19e en begin 20e eeuw waren mogelijk zonder deelname van de Kozakken.

Ze vochten mee in de Kaukasus, op de Krim, tijdens de Russisch-Turkse oorlog, ze streden mee voor de bevrijding van Bulgarije en vochten tegen de Duitse keizerlijke legers  tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918). Door de eeuwen heen waren de heersers van Rusland zich welbewust van de belangrijke militaire rol van de Kozakken. De Russische tsaren deden hun uiterste best om de Kozakken aan zich te binden: wapens, munitie, geld, goederen, voedsel gingen gestaag in hun richting.

Het was de enige manier om invloed te houden op de roerige en soms opstandige Kozakken. Met zo’n goed getrainde en bewapende macht in de eigen achtertuin moesten de tsaren wel. Stel je voor dat de Kozakken zich eens tegen hen zouden keren. De Kozakken gehoorzaamden namelijk alleen aan hun zelfgekozen leider, de Ataman. Rond 1800 bereikte de roem van de Kozakken, met name de Don-Kozakken, zijn hoogtepunt. De bakermat van alle Don-Kozakken bevindt zich aan de rivier de Don. Aan het begin van die eeuw waren zij verdeeld over elf legers: aan de Don, de Kuban, in Astrachan, de terek, in uralsk, in orenburg, in Semiretsjensk, aan de Usuri, de Amur, in Siberië en de trans-Baikal. Al deze legers bestonden uit zogeheten ‘sotjen’ (honderdtallen) en regimenten van het Donleger. Alleen al aan de Don was het mogelijk om ‘70.000 sabels’ (ervaren ruiters) te mobiliseren. 

Ondergronds

De communistische omwenteling van 1917 veroorzaakte een zekere scheuring binnen de Kozakkengemeenschap: vooral de armsten onder hen volgden de bolsjewieken. Anderen stelden zich neutraal of afwachtend op. De loyaliteit voor het land leek groter dan voor de tsaar, die inmiddels was afgezet. Toch duurde die communistische terughoudendheid niet lang. De vrije en onafhankelijke Kozakken en sowieso mensen die hun mening duidelijk vertolkten, kregen grote problemen met de communistische machthebbers. Vanaf 1919 kwam er een soort ‘dekozakkisering’ op gang. De Kozakken zijn toen bloedig vervolgd en werden als militaire machtsfactor vernietigd. Ze moesten kiezen: vluchten of hun afstamming min  of meer verloochenen. Het betekende dat de Kozakken in Rusland als gemeenschap ondergronds gingen. Die situatie duurde dus wel 70 jaar lang. Na de val van het communisme doken onmiddellijk afstammelingen van de Kozakken op. Inmiddels zijn er als vanouds aan de oevers van de Don weer nederzettingen van Kozakken opgericht, de zogeheten stanitsa‘s. De Kozakken zijn weer helemaal terug aan het Russische firmament.